15 Oktober is de internationale dag van de witte stok.

De witte stok staat symbool voor zelfstandigheid van blinden en slechtzinden.
De dag werd in 1964 in Amerika opgericht onder president Johnson, maar is door de Wereld Blinden Unie in 1970 pas toegekend.

Mobiel zijn moet je leren

Ter gelegenheid van deze dag, geven we graag een citaat i.v.m. de witte stok, uit ‘Graag zien! Blinde mama, sterke vrouw.’ Cadeau!

Stoklopen

Zodra ze dachten dat je klaar was voor mobiliteit buiten de school, in mijn geval was dat rond mijn tiende, leerde je stappen met een witte taststok.  Dat gebeurde eerst op de speelplaats, waar je de verschillende tik- en glijbewegingen kon oefenen. Later in een stil steegje, en daarna op de openbare weg.

Toevallig is Brugge de ideale plek om een goeie stokloper te worden. Er zijn de veel te smalle voetpaden die vol staan met fietsen of vuilniszakken of de charmante kasseien waar de punt van je taststok vaak in blijft steken.  En natuurlijk ook de vele toeristen die zonder kijken je pad kruisen.

Wie in Brugge kan stoklopen, kan het overal.  De stad heeft echter wel oog voor de visueel beperkte medemens. De geribbelde geleidelijnen, noppentegels en rateltikkers zijn een vertrouwd beeld voor de Bruggeling.

Bijvoorbeeld aan het station van Brugge ligt er vanaf het busperron tot aan de ingang van het station een lange geribbelde geleidelijn die je met je taststok kan volgen.  Zo hoef je niet onnodig tussen medereizigers te dwalen om de deur van het station te vinden.
In het station zelf liggen er verschillende lijnen die je de weg naar de perrons of een lift tonen.

Bovendien zijn heel wat verkeerslichten voorzien van een rateltikker, die een traag tikkend geluid maakt bij rood licht en snel bij groen licht. Tijdens de mobiliteitslessen leerde ik vooral zoeken naar natuurlijke herkenningspunten:  vaste brievenbussen, buspalen, zitbanken, gemetselde bloembakken, garagepoorten, houten of metalen deuren, ‘bewegingen’ in een trottoir, een lagere stoep, hoge stoep, gootjes, verschillende ondergronden,  grasstroken, kiezel, kasseien, asfalt, en ga zo maar door.

Allemaal hulpmiddeltjes die je helpen bij het oriënteren.  Wanneer ik bijvoorbeeld met mijn stok de rand van een trottoir volg en die rand plots een stuk dieper zakt, kan dat voor mij een herkenningspunt zijn voor het vinden van een zebrapad.
Ook naar het verkeer luisteren is essentieel om je veilig in de stad te bewegen… ’

Meer over het boek ‘Graag zien!’ is te lezen op www.graagzien.be