Zo kan het ook: Monique (40) is blind, alleenstaande mama en ze schreef een boek

door : Lotte Debrouwere

Monique wast Robin in het kinderbadje

Ze is dus blind. En al vijftien jaar alleenstaande mama van Robin. Monique Van den Abbeel (40) schreef haar verhaal neer. `Graag Zien’, een boek over (soms letterlijk) vallen en weer opstaan. “Ik kan mijn zoon niet in het oog houden, maar wel in het oor.”

pdf: Zorg goed voor je mama, zegt men vaak tegen mijn zoon. Daar steiger ik van

Knal. Ze botst tegen de gynaecologenstoel aan. Monique is zenuwachtig. Ze is zwanger, ze weet het. De arts helpt haar in de stoel. “Ja, ik zie een vruchtje en een vruchtzakje. Och. wacht.” Monique hoort gesuis en gewriemel. En dan. Dan boem-boem-boen “Dat is het hart van je kindje.

” Welkom in de wereld van Monique. Eén waarin ze sinds haar twaalfde door een aangeboren oogaandoening niets meer ziet. Een wereld die op zijn kop staat wanneer blijkt dat ze zwanger is. “Ik was 24. De zwangerschap was niet gepland. Mijn vriend wou nooit een kind, daar was hij heel duidelijk in. Maar het is ons overkomen. Hij vroeg me nog om het weg te halen, ik weigerde.  Het kwam tot een breuk. Sindsdien zijn we met zijn tweetjes. Alleen Robin en ik.”

Vanochtend liet mijn dochter nog de pot choco vallen. Overal glas en bruine smeer. Ruim dat naar eens op als je niets ziet, dacht ik.

“Hier was het ooit de pot confituur. Dan trok ik handschoenen aan, ging ik op de grond zitten, nam een dweil en ruimde het zo goed mogelijk op. En ondertussen zei ik – net als jij -. tegen mijn kind dat hij moest blijven staan tot mama alles had opgekuist. Ik wreef minutieus over de vloer zodat ik zeker was dat er geen restjes meer waren. Net als bij jou kon het wel zijn dat ergens toch nog glas lag. Lang leve de poetsvrouw die alles vond.”

“Er belde me zelfs een alleenstaande moeder op. ‘Ik zou je proficiat willen wensen, maar ik kan het niet. Je weet niet waar je aan begint. Dit is onmogelijk’, zei ze”

Even terug naar 2000. Je was blind, alleenstaand en zwanger. Kreeg je veel kritiek?

“Dat ik een kindje zou krijgen, kon nog net. Maar dat ik het alleen zou opvoeden? Dat was onverantwoord,. dom, naïef, egoïstisch en zelfs ronduit dwaas. Kan ze dat wel? Gaat ze die baby niet laten vallen? Ze kan die baby toch niet alleen verzorgen? Er belde me zelfs een alleenstaande moeder op. Ik zou je proficiat willen wensen, maar ik kan het niet. Je weet niet waar je aan begint. Dit is onmogelijk.

Mijn vrienden en mijn ouders, zij wisten wel dat ik het zou kunnen. Ik trek al mijn leven lang mijn plan. Toen ik op internaat zat in Spermalie, de school voor slechtziende en blinde kinderen, moest ik alles leren in het donker. Mijn moeder heeft altijd geloofd in me. Dat is belangrijk, dat je zo’n moeder hebt. Ze zei ronduit: Ons Monique, die zal dat kunnen.”

En toen moest Monique het kunnen. Negen maanden later, om kwart voor vier Coverbeeld - Boek: Graag Ziennachts, brak je water.

“Ik had van de materniteit een telefoonnummer gekregen, maar ik was in paniek en belde naar de honderd. Ik vermoed dat de telefonist nog nooit zo snel een team heeft gestuurd. (lacht) De bevalling zelf was heel mooi. Na twee keer persen was het hoofdje al zichtbaar.

Wil je eens voelen. vroeg de dokter. Ze nam mijn hand en liet me heel zachtjes voelen waar het hoofdje zat. Ik mocht ook zelf de navelstreng doorknippen. En het gekke was dat ik onmiddellijk voelde dat hij en ik een verbond hadden. Dat het ideale plaatje dat ik zo graag wilde, eigenlijk niet nodig is. Na de eerste nacht samen wou ik Robin onmiddellijk al een badje geven. De verpleegsters keken raar op, maar lieten me doen. Met mijn hand volgde ik hun handelingen, en zo leerde ik het.”

Hoe was het om uit die coccon te stappen? 

“Heel hard. De helpster haalde mijn kinderwagen uit haar auto, zette mijn valiesje in de gang en hielp me uit de auto. Sorry Monique, ik kan echt niet blijven. Daar stond ik dan met mijn baby in mijn armen. Er was niemand. Mijn familie en vrienden konden zich op dat moment niet vrijmaken. Ik was alleen. Geen vlaggetjes, geen welkom thuis. Ik ben met Robin in bed gekropen. De volgende dag heb ik de knop omgedraaid. Ik kon niet anders.”

Hoe speelde je het klaar?

“Mijn verzorgingsproducten hadden een braillelabel en stonden op een vaste plaats. Ik legde alles tot in detail klaar. Water van het badje op temperatuur, luierkussen met een wimper. daarbovenop een tetradoek. Ik praatte ook constant tegen Robin, met veel intonatie. Mama zal je kleertjes uitdoen. Eerst je kruippakje, dan je pamper en nu mag mijn blote mannetje in bad.

Ik lette daarbij ook erg op mijn mimiek. Mensen die slecht zien, kijken met hun ogen naar beneden. Dat wou ik niet. Ik keek zo veel mogelijk in zijn richting. ook al kon ik hem niet zien. En hij keek terug. Dat voelde ik.” (lacht)  “Dat verbaast je, hé? Vergeet niet dat ik alle tijd en rust had. Ik had geen veeleisende job. Ik heb vier jaar constant voor Robin gezorgd. Samen met de gezinshulp, die langskwam om de dingen te doen die ik niet kon: zijn nageltjes knippen of zijn kleren klaarleggen zodat hij er niet als een clown zou uitzien.”

Nooit je kind laten wallen?

“Een keer. Gelukkig zonder erg. Ik hoorde hem van de verzorgingstafel glijden. Ik durfde het aan niemand te vertellen want dan hadden ze het natuurlijk op mijn blindheid gestoken. Tot de dokter zei: Monique, ik ben arts en heb mijn kind ook laten vallen toen het vijf maanden was.” (lacht)

Gingen jullie de deur uit?

“We namen geregeld de trein. Ik kende de trajecten. Had die al honderd keer gedaan voor Robin er was. En moest hij ververst worden, dan trok ik me daar geen bal van aan. Dan deed ik dat in de kinderwagen zodat hij niet kon wegrollen.

Toen hij groter werd, gingen we wandelen met een soort riem rond zijn middel. Soms kreeg ik de opmerking: Hij is toch geen hond, terwijl ik voor zijn veiligheid koos. Robin was blij, dan moest hij niet de hele tijd mijn hand nemen. Ik trok echt wel mijn plan.”

Was je niet gefrustreerd dat dingen niet lukten?

“Aan schoolactiviteiten – zwemmen of een bezoek aan de kinderboerderij – kon ik nooit meewerken.  Bij schrijfoefeningen kon ik niet zien of hij de woorden mooi schreef. Lessen opvragen lukte me ook niet, omdat de leerboeken niet in braille waren. Ik was soms heel eenzaam of gefrustreerd. Ik zat ook vaak thuis. Lusteloos op de bank als Robin naar school was. Tijdens sollicitaties heb ik vaak het deksel op de neus gekregen. Het was

“Weet je wat ik wel bijzonder vind? Dat Robin me helpt bij het maquilleren. Niet evident voor een tienerjongen”

moeilijk combineerbaar als blinde, alleenstaande mama. Drie jaar geleden gleed ik helemaal af. Zag ik het niet meer zo zitten. Letterlijk en figuurlijk. (lacht) Mijn wereld was zo klein.

Gelukkig kon ik toen starten met PAB . het persoonlijkeassistentiebudget. waardoor ik thuis volwaardige hulp kon inschakelen. De poetshulp en de gezinshelpster komen enkel op afgesproken momenten en binnen de kantooruren. Hun takenpakket is ook heel strikt.”

“Een persoonlijke assistent past zich volledig aan de hulpbehoevende aan. Daardoor kan ik nu op een mooie zomerdag gewoon eens beslissen om een middagje naar zee te gaan. Heerlijk. Sindsdien is mijn wereld weer opengegaan.”

Je zoon is nu vijftien. Hoe kijkt hij op alles terug? 

“Heel gewoon eigenlijk. Voor hem ben ik gewoon zijn mama. Hij kreeg vaak te horen: Zorg goed voor je mama. Daar steiger ik van. Ik ben de regisseur, de moeder. En hij is het kind, niet mijn persoonlijke assistent. Dat is hij ook nooit geweest. Nu is hij een echte puber. Om maar één ding te noemen: denk maar niet dat hij alles braaf aan de kant zet omdat zijn mama blind is. Ook hij laat zijn boekentas of schoenen wel eens slingeren en dan val ik er over.” (lacht)

“Weet je wat ik wel bijzonder vind? Dat Robin me helpt bij het maquilleren: oogschaduw aanbrengen, uitgelopen mascara wegvegen. Niet evident voor een tienerjongen.”

Waar droom je nog van?

“Ik wil graag nog een tweede kind. Via een donor. Ja, ik heb daar groen voor licht gekregen. Precies omdat ik al heb bewezen dat ik in mijn eentje een kind kan opvoeden.

Drie jaar geleden werd ik op die manier zwanger. Na drie maanden zwangerschap verloor ik het kindje. Daarna heb ik wel nog geprobeerd, maar het is niet gelukt. Een ivf-behandeling: daar ben ik niet mee begonnen. En toch zou ik nog graag een tweede hebben.

Ook Robin zou nog wel een broer of zusje willen. Misschien, wie weet. komt de prins op het witte paard nog langs. En wil hij ook een kindje. Dat zou mooi zijn. Heel mooi.”

pdf: Zorg goed voor je mama, zegt men vaak tegen mijn zoon. Daar steiger ik van

‘Graag Zien’ uitgegeven door Van Halewyck, 157 blz, 19,95 euro